Afscheidsrede gemeenteraad

Op 21 december heb ik afscheid genomen van de gemeenteraad. Bij dit afscheid heb ik onderstaande rede uitgesproken. Helemaal onderaan treft u ook link aan naar het video fragment.

 

‘Voorzitter,

Ik sta vanavond hier, achter dit voor mij vertrouwde spreekgestoelte, omdat ik met pijn in mijn hart besloten heb de gemeenteraad per 1 januari aanstaande te verlaten. Ik zal het werk en dit spreekgestoelte gaan missen maar wellicht dat we voor dat laatste een soort bezoekers/voogdij regeling kunnen afspreken. Het zou toch zonde zijn als het verstoft.

De reden van mijn vertrek heb ik enkele weken geleden uitvoerig toegelicht in mijn brief aan de gemeenteraad. Aan die brief heb ik verder niets toe te voegen omdat alles wat ik daarover te zeggen heb ook daarin heb opgenomen. Vanavond blik ik liever vooruit en maak ik gebruik van de gelegenheid om nog eenmaal enkele gedachten met u te delen en enkele zorgen te uiten.

Voorzitter,

Een gevoel van onbestemdheid, van onduidelijkheid en onzekerheid. Het waart rond in ons land en in onze samenleving, in onze steden en onze wijken,  in ons hart en in ons hoofd.  Het voedt het wantrouwen, het creëert angst en veroorzaakt wanhoop. Niet langer lijken wij vervuld met behoefte en nieuwsgierigheid naar de toekomst  maar zijn we verschrikt en bevreesd als we denken aan de dag van morgen. We missen de overtuiging dat we deze keer kunnen voldoen aan die ongeschreven regel die luidt: dat komende generaties het beter zullen krijgen dan dat wij hebben ontvangen.

De maatschappelijke, technologische en economische ontwikkelingen van de afgelopen decennia hadden ons moeten bevrijden. De kansen en mogelijkheden die we hebben gekregen, hadden ons leven aangenamer en beter moeten maken. Het had ons verder moeten emanciperen en onze ontplooiing, als mens tussen mensen, moeten vergemakkelijken. Maar we zijn niet bevrijd en hebben niet meer vrijheid gekregen. We zijn slaaf geworden, slaaf van onze eigen ontwikkeling. De ongekende mogelijkheden zorgen ervoor dat onze behoeften steeds sneller bevredigd worden maar daardoor wordt een steeds snellere bevrediging een steeds grotere behoefte. Geduld, bedachtzaamheid, nuance, we zijn het kwijt geraakt. Gemakzucht heeft onze ziel vergiftigd. Het heeft ons lui gemaakt, afhankelijk, apathisch. Het vreet aan de compassie en tolerantie in onze samenleving. Wat eerst persoonlijk contact was is vervangen door likes, retweets en pings en wat ooit doorwrochte analyses en kennis waren is vervangen door nu.nl en 1limburg. Het hebben van echt, betekenisvol contact is moeilijker en we hebben steeds minder kennis van over onszelf en onze samenleving. Het zorgt ervoor dat we eenzamer zijn en minder grip hebben op de wereld waarin we leven. Een bekende Bretonse gebedsspreuk luidt: O Heer, uw zee is zo groot en mijn boot is zo klein. Hoewel de ontwikkelingen ons de mogelijkheden geven om koersvaster, in een grotere boot, de zee te bedwingen, hebben we het gevoel dat de zee steeds groter wordt en onze boot steeds kleiner. En dat is het zijn van slaaf, eenzaam en zonder grip zijn wij slaaf van onze eigen vooruitgang.

Als gevolg van die gevoelens, en in onze wens om hieraan te ontkomen, speelt het venijn van de gemakzucht ons parten. We wenden steeds vaker onze blik naar grootse en meeslepende oplossingen die aantrekkelijk in het oor liggen en onze gedachten eenvoudig ordenen. Zo groot is de wanhoop ondertussen dat we, onder invloed van grote bombastische retoriek en van gevoelloze en koude begrippen als efficiency, snelheid, behapbaarheid, bereid zijn om zwart-wit te denken en weg te kijken voor de consequenties. Echter de wereld is zelden zwart-wit en de momenten die dat wel waren vormen de donkere pagina’s in onze geschiedenis.

 Deze toenemende populariteit van populisten baart mij zorgen. In onze pogingen om de ketens van ons slaaf zijn van ons af te leggen wenden we ons gemakkelijk tot personen die juist gedijen bij slaafsheid. Die zich laven aan het wantrouwen, de angst en wanhoop van mensen. Die de moderne ontwikkelingen toejuichen maar de achterliggende feiten verketteren. Die bedachtzaamheid en nuance verraad vinden van een breed gedeeld onderbuikgevoel. Extreme boodschappen en beloftes zijn het middel dat ze gebruiken en polarisatie is het doel. Verdeel en heers is het leidende mantra van de populisten waarbij ze nietsontziend de instituties van onze democratische rechtstaat aanvallen en daarbij gebruikmaken van onze gemakzucht. Populisten vallen groepen mensen aan, sluiten ze buiten en verklaren hen minderwaardig als ze ander zijn, denken of doen.  Als gemakzucht onze ziel heeft vergiftigd dan vergiftigt polarisatie ons hart. Het maakt ons koud en afstandelijk en verscheurt datgene wat wij mensen ten diepste nodig hebben, namelijk elkaar.

Wat ik daarnaast ook zorgwekkend vind, is de constatering dat gemakzucht ook de weg weet te vinden in de uitvoering van klein, lokaal politiek werk. Ook in dit huis zijn de symptomen soms zichtbaar aanwezig. Gemakzucht die niet zozeer geuit wordt door een gebrek aan kennis en rolvastheid maar veeleer in de nadrukkelijke uiting van desinteresse. Desinteresse in de fundamentele beginselen van ons democratisch bestel en de consequenties die daaruit voortvloeien. Het geldt echter niet alleen voor gemakzucht, ook populisme komt in dit huis voor. Niet in een  extreme vorm maar wel als middel om te dingen naar de aandacht van de media en de gunst van de kiezer. Er wordt regelmatig een soort ‘populisme light’ bedreven. Bijvoorbeeld wanneer individuele belangbehartiging de weg vindt in debatten over beleidskaders of wanneer de rol van de gemeenteraad en gemaakte afspraken worden losgelaten om een pleinnaam te wijzigen. Hoewel het in de uitvoering vaak niet heel scherp is, en de intenties van een geheel andere orde zijn, is het toepassen van dergelijke methoden niet zonder risico. Men begeeft zich daarmee op een glijdende schaal en  draagt tot op zekere hoogte bij aan op zijn minst een groeiend wantrouwen. De vraag stellen of je dit zou moeten willen is de vraag in feite al beantwoorden. En deze vraag wordt alleen maar urgenter als ik mijn gedachten laat afdwalen voorbij de volgende verkiezingen.

Hoewel sommige mensen meer verantwoordelijk zijn voor de moeilijke situatie waarin wij verkeren, voor het gemakzucht en de polarisatie moeten we bij het zoeken naar schuldige toch vooral naar onszelf kijken. Het zijn onze eigen keuzes geweest die hebben toegestaan dat verderf  zich meester van onze konden maken. Het geloof in het consumentisme is voedingsbodem geweest voor onze gemakzucht en de daaruit voortvloeiende polarisatie en aanvallen op onze democratische rechtstaat. Wij hebben die keuzes zelf gemaakt. Niet altijd even bewust maar dat mag geen excuus zijn en maakt ons niet minder verantwoordelijk. Hoewel deze constatering cynisch is, vormt zij ook de basis van hoop. Hoop op een andere, een betere, toekomst weg van het wantrouwen, de angst en de wanhoop. Want als onze keuzes populisme hebben gebracht, dan zijn het ook onze keuzes die dat kunnen laten verdwijnen.

In deze moeilijke tijd voor onze samenleving, voor ons als mensen, moeten we ons misschien de vraag stellen welke samenleving we nu eigenlijk willen zijn en in welke richting we ons verder willen ontwikkelen. Blijven we kiezen voor een samenleving waarin gemakzucht, onverschilligheid, polarisatie de boventoon voeren? Waarin mensen uit elkaar worden gedreven, onze democratische instituties worden aangevallen, populisten aan populariteit winnen en onbestemdheid blijft rondspoken?  Kiezen we voor deze richting? Waar cynisme overheerst en intolerantie wordt aangemoedigd? Of kiezen we ervoor om ons te bevrijden van onze ketenen, om gemakzucht af te zweren en om ons in te zetten voor meer wederzijds begrip, voor oprecht en diepgaand menselijk contact? Waar compassie, tolerantie en liefde de kern van ons handelen vormen? Een samenleving waarin feiten en kennis niet verketterd worden maar ten goede komen aan het geluk van alle mensen?

Als mensen willen wij elkaar altijd helpen. We gedijen bij het geluk van de ander, niet bij zijn of haar verdriet. Zo zijn wij als mensen. Intrinsiek zijn wij begaan met het welzijn van onze naasten, hier en aan de andere kant van de wereld. Wij zijn de hoeders van onze broeders en zusters en ten diepste willen we hier invulling aan geven. Ook lijken we het soms verleerd. We zijn niet geboren om de positieve kanten van onze vooruitgang te ontkennen, om de offers die gebracht zijn voor onze vrede en welvaart te vergeten of te verkwanselen maar om het stokje van de vorige generaties over te nemen. 

Meer dan bombastische oplossingen vraagt dit om bedachtzame consistentie . Meer dan geschreeuw vraagt dit om te luisteren. Meer dan extremisme vraagt dit om nuance.  Om radicale nuance. Radicaal door te breken met het heersende populisme. Radicaal door een prominente plaats te claimen. Radicaal door het overal, in het land en in de samenleving, in de steden en de dorpen, in ons hart en in ons hoofd toe te passen

De strijd die gevoerd moet worden is meer dan ooit een interne strijd. Een strijd met onszelf. In ons denken, doen en laten zijn de scheidslijnen getrokken. Het vraagt van ons allemaal een stevige inzet om voorbij deze onzekere tijden en ons onbestemde gevoel te komen. Een inzet die gericht moet zijn op meer wederzijds begrip, op tolerantie, compassie en liefde. We moeten ons hart openstellen en onze mond sluiten. Maar bovenal moeten we het samen doen. Jong en oud, hoog- en laagopgeleid, mensen van alle geloofsrichtingen, etniciteit en geaardheden. Laten we samenkomen, samenwerken en samenleven en ons wijden aan deze opdrachtHet is tijd voor verandering en laten we die nu, hier, beginnen!  

Voorzitter,

Na bijna 7 jaar raadslid te zijn geweest in onze gemeente ga ik nu stoppen. In die afgelopen jaren heb ik echter een hoop mooie momenten mogen beleven. Ik denk dan ook met veel plezier terug aan bijvoorbeeld het actiecomité Red College Rolduc waar ik als initiator van het verzet de kar mocht trekken. Ik denk ook terug aan het rapport Vertrouwen & Loslaten waarmee ik een ander soort bijdrage heb willen leveren aan de beraadslaging in de gemeenteraad over de decentralisaties. Maar ook de verdiepingssessies met ambtenaren en het werkveld zullen bij blijven evenals de discussie over de Wtcg/CER regelingen en afgelopen jaar het dossier Opvolgend Werkgeverschap bij de WOZL waarbij het presidium enkele noodgrepen heeft moeten uithalen om een uitgebreid debat te voorkomen. Deze en vele andere herinneringen zal ik blijven koesteren aan mijn tijd, hier, in dit huis.’

 

Videofragment Afscheidsrede Yannick Lataster