Terug naar ‘de mens’!

De aanhouder wint’ zal D66 wel gedacht hebben toen ze na enkele jaren afwezigheid het voorstel voor de zelfmoordpil weer onder het stof vandaan haalde. Het voorstel waarmee de ondersteuning wordt geregeld bij levensbeëindiging voor mensen met een ‘voltooid’ leven, is weer terug van weggeweest en hiermee ook het maatschappelijke debat. Een debat, dat niet gevoerd hoeft te worden over de zuiverheid van de overtuiging, maar over de beperkingen van de redenering die leiden tot deze ‘oplossing’. Deze gaat namelijk voorbij aan enkele kenmerkende aspecten van het zijn van ‘mens’ en aan de verantwoordelijkheden die de overheid zou moeten dragen.

In het beeld van de mens dat ten grondslag ligt aan dit voorstel wordt uitgegaan van de individualiteit van ieder persoon, hetgeen tot rechtvaardiging dient van individuele vrijheden zoals het recht op zelfdoding. Dit beeld is echter een miskenning van ‘de mens’ en reduceert mensen tot de som van haar of zijn keuzes , terwijl een mens zoveel meer is dan alleen deze beperkte definitie van ‘het individu’. Een mens is boven alles namelijk een relationeel wezen dat tot recht komt in relatie met anderen . Deze relatie heeft een mens nodig om te zijn wie zij of hij is en is daarmee bepalend voor het individu. De erkenning van deze dimensie van een mens heeft consequenties voor de keuzes die ieder mens maakt. Omdat veel van deze keuzes (waaronder de keuze voor zelfdoding) ook effect hebben op de relaties van een mens, zouden deze relaties ook in ogenschouw genomen moeten worden bij dergelijke beslissingen. Een afweging die niet geholpen wordt met een pilletje op het nachtkastje.

Daarnaast illustreert het verstrekken van een zelfmoordpil een onthutsende kijk op de kracht en inventiviteit van de politiek en samenleving om een serieus en urgent maatschappelijk probleem op te lossen. De keuze voor een zelfmoordpil is de keuze voor symptoombestrijding waarbij het symptoom een voltooid leven is. Wat hierbij over het hoofd wordt gezien zijn de redenen waarom ouderen kampen met het gevoel van een voltooid leven. Aspecten als eenzaamheid, een gebrekkige uitnodiging om actief te participeren en afwezige waardering voor ouderen zijn vaak de oorzaak voor dit soort gevoelens. De politiek en een samenleving zouden juist deze problemen moeten oppakken in plaats van onomkeerbare symptoombestrijding na te streven. Dat dit geen makkelijke opgave is is evident, maar legitimeert niet dat de oplossing zoals voorgesteld dan maar als optie overwogen moet worden.

Een belangrijke oorzaak van het voltooid leven komt voort uit het zelfde, eerder genoemde individuele mensbeeld. Gevoed vanuit het neo-liberale, homo-economicus, denken heeft er een verschuiving plaatsgevonden. Hierbij zijn individuele en materiële waarden dominant  geworden ten koste van de relationele waarde(n). Denken over ‘de mens’ als sec een individu heeft het gewonnen van het denken over ‘de mens’ als relationeel wezen. Echter de waarden die aan de basis staan van onze samenleving, zijn waarden die een relationeel mensbeeld veronderstellen en die, anders gezegd, tot uiting komen in onderlinge relaties van mensen. Het zijn juist deze waarden die een inclusiviteit in zich dragen die nu node worden gemist. Een begin van een oplossing van de geschetste problemen voor ouderen vraagt daarom om een andere kijk op de mens, door ruimte te creëren voor een hernieuwde waardenmaatschappij en deze niet alleen te belijden met de mond maar daadwerkelijk te doorleven. Door eenzaamheid te bestrijden en ouderen te waarderen en een plaats van betekenis te geven in onze maatschappij. Dat is de uitdaging die de politiek en samenleving gezamenlijk moeten oppakken. Rest niets anders dan het gedane voorstel zelf een zelfdodingspil te geven zodat het voor eens en altijd zacht kan rusten.

Deze bijdrage verscheen eerder op christendemocraat.nl