Goh, nu ben ik aan de beurt

Proficiat, u bent ingeloot! Nu zult u waarschijnlijk denken: ach, alweer een reclamefolder. Toch zou het ooit in de toekomst, zomaar de start kunnen betekenen van een tijdelijke, maatschappelijke carrière. U opent het bericht, ziet het logo van de gemeente en leest dat u vanaf volgende maand lid bent van het gemeentebestuur. Lid van het gemeentebestuur! Kan ik dit wel? Wil ik dit wel? En terwijl deze vragen door uw hoofd schieten, herinnert u zich de discussie van toen, over de wijzigingen in de democratie, en u denkt: Goh, nu ben ik aan de beurt.

Het idee voor een loting beleeft een heuse renaissance. Nadat deze succesvolle invulling van het democratisch systeem haar sporen heeft verdiend in een vroegere era van de oude wereld, is loting tijdens de vorming van ons huidige bestel in de vergetelheid geraakt. Deze keuzevorm is inmiddels zo ver van ons verwijderd, dat alleen al het benoemen ervan, schampere en ongelovige reacties uitlokt. Toch begint het concept van loting weer voet aan de grond te krijgen. Recentelijke publicaties in deze krant, het interview van Kim Putters (directeur Sociaal Cultureel Planbureau) in het Financieel Dagblad en het doorwrochten essay ‘Tegen verkiezingen’  van David van Reybrouck dragen de kenmerken van het begin van een breed maatschappelijk debat over de manier waarop we de publieke ruimte willen (laten) besturen. Kijkende echter naar zowel de recentelijke bijdrages in deze krant alsook het eerdergenoemde interview dan vallen een aantal zaken op. Allereerst zijn het vooral prima samenvattingen van het essay ‘Tegen verkiezingen’ maar bevatten ze amper nieuwe inzichten. Vervolgens ontberen ze concretisering of een praktische ‘stip op de horizon’ en verder wordt nogal abrupt afscheid genomen van de representatieve democratie. Overigens zonder al te veel erkenning voor kwaliteit en indrukwekkende staat van dienst. Het is aan de tijd om ons te bezinnen over de democratie in haar oorspronkelijkheid, hetgeen ons terugbrengt bij het concept loting.

De echo van deze beproefde methode uit het verleden, moet nadrukkelijker nagalmen in het huidige debat. Zeker gezien de grote herkenbaarheid van de analyse van de heer Van Reybrouck. Ook in de huidige tijd geldt dat juist het lokale discours het podium vormt waarop geacteerd moet worden. Enerzijds omdat er steeds meer beleidsvorming en uitvoering bij de gemeente belegd is. Anderzijds omdat de impact van individuele mensen, en de kennis van deze impact op de wereld, alleen maar is gegroeid. Dat roept om daarbij behorende verantwoordelijkheid en zeggenschap die middels loting en verkiezingen vorm gegeven kan worden. Loting, mits goed uitgevoerd, levert een goede afspiegeling van de bevolking en ondervindt geen druk van naderende verkiezingen. Verkiezingen bieden daarenboven de mogelijkheid visies te slijpen die verder gaan dan efficiency en effectiviteitafwegingen. Het levert daarmee een bijdrage aan de zingeving als onderdeel van besluitvorming in de publieke ruimte. Het radicaal afschaffen van de representatieve democratie is daarnaast een miskenning van de meerderheid van mensen die wel trouw hun stem uitbrengt.

De combinatie van beide procedures zou vormgegeven moeten worden langs de verantwoordelijkheden in het huidige duale stelsel: kaderstellen en controleren. In deze combinatie zou de huidige politieke constellatie in tact blijven en worden verrijkt met een deliberatief lichaam dat, in lijn met de landelijke senaat, een kaderstellende functie vervult. Deze gemeentelijke senaat heeft de verantwoordelijkheid besluiten aan een tweede lezing te onderwerpen, aan te nemen of terug te sturen. Hiermee wordt de besluitvorming van een kwaliteitsimpuls voorzien, krijgen besluiten een extra afweging buiten de politieke belangen om en zal de betrokkenheid van de burger toenemen. Daarnaast blijven de werkzaamheden hanteerbaar en wordt er geen nodeloos dubbel werk gedaan. Een adequate vergoeding en een beperkt mandaat van 2 jaar, zijn vervolgens de omstandigheden die de aantrekkelijkheid bevorderen en die in combinatie met enkele praktische regelingen tot een werkbare situatie kunnen leiden.

De huidige stand van onze democratie schreeuwt om actie en het lef concrete experimenten op te zetten en te leren van de toenemende behoefte mee te denken en te praten. Het lokale niveau biedt juist in deze tijd een perfect discours en de samenleving is er klaar voor. Bestuurders en politici moeten niet bang zijn maar vertrouwen durven uit te spreken in de samenleving. Dezelfde samenleving, die zij iedere vier jaar vragen om hen te vertrouwen.