Hét gevaar voor onze manier van leven.

Het zal de nervositeit zijn. Een jaar voor de Tweede Kamer verkiezingen van 2017 staat het zetelaantal van de VVD op het punt om gehalveerd te worden en wordt de partij ter rechter zijde overschaduwd door de tot grote hoogte stijgende PVV. Het is de partij dan wellicht ook niet kwalijk te nemen dat in een ogenblik van blinde paniek zich een moment van complete verstandsverbijstering voordeed. Opgetekend door de journalisten van Trouw, verhaalde de fractievoorzitter van de VVD over het plan om de bescherming van geloofsgemeenschappen uit het burgerlijk wetboek te willen verwijderen. Volgens de VVD is dit nodig om sommige islamitische organisaties aan te pakken die de rechtstaat ondermijnen met hun anti democratische retoriek. Of dit ook daadwerkelijk nodig is werd gelijk betwist en een blik op het betreffende artikel laat zien dat het handelen in de strijd met de wet niet onder de bescherming van het artikel valt. Indien individuen of organisaties strafbare feiten plegen kunnen ze, ook in de huidige situatie, vervolgd worden onder de noemer van bijvoorbeeld discriminatie, haatzaaien etc.

Het voorstel van de VVD lijkt dus een oplossing voor een probleem dat niet bestaat. Lijkt, want even verderop in het interview wordt het werkelijke probleem duidelijk: ‘We zijn in Nederland vind ik veel te lang tolerant geweest naar intolerantie jegens onszelf’. Een stelling die wordt ontleent aan de grote omvang van het zelfcensuur dat in Nederland zou plaatsvinden onder de dreiging van geweld. Dit leidt volgens de partij tot een aantasting van onze Nederlandse vrijheid en is een miskenning van de traditie waaruit ons waardepatroon is voorgekomen. Om de tolerantie waar Nederland al eeuwen om bekend staat te beschermen stelt de fractievoorzitter dan ook voor om intolerant te zijn tegen intolerantie. Los van de juistheid van zijn claim (waarvoor een adequate onderbouwing ontbreekt) levert deze stelling niet alleen een prachtige contradictio in terminis op (tolerantie beschermen door intolerant te zijn) maar is zo mogelijk een nog grotere miskenning en bedreiging voor de traditie van onze vrijheid dan de mening van enkele religieuze extremisten. Juist onze historie heeft de waarden, grondrechten en tolerantie met zich meegebracht die ons onderscheiden van andere gemeenschappen in de wereld. Godsdienstvrijheid, de vrijheid van meningsuiting, het recht van vergadering (vereniging, geloofsgemeenschap). Allen rechten die onze identiteit bepalen en tegelijkertijd beperkingen kennen ter bescherming van onze rechtstaat. Sleutelen aan deze rechten, om organisaties en individuen te vervolgen die hiertegen gekeerd zijn, is nu net toegeven aan deze wens. Het ondergraaft waarvoor wij in Nederland dienen te staan. En ook al hebben religieuze minderheden (waarvoor het artikel ooit bedoeld was) in het verleden de bescherming middels dit artikel niet nodig gehad, het betekent niet dat men dit in de toekomst niet nodig zal hebben.

Dit betekent echter niet dat eventuele problemen niet aangepakt moeten worden. Iedereen zal het erover eens zijn dat zelfcensuur omwille van geweld en de ondermijning van onze rechtsstaat geen plaats hebben in onze samenleving. Echter zou hierbij gebruik gemaakt moeten worden van de ruimte die andere wetten bieden. Verruim de strafbaarstelling van democratie ondermijnende uitspraken, ga radicalisering tegen middels speciale programma’s en treed hard op tegen zogenaamd religieus geïnspireerd geweld. Dat zal onrust en het gevoel van onveiligheid veel beter bestrijden dan het zelf aantasten van onze eigen, onderscheidende rechten en waarden. Het gevaar voor onze manier van leven moet aangepakt worden maar we moeten voorkomen dat we zelf, onbedoeld, een groter gevaar vormen.