Inbreng beleidsplan schulhulpverlening 25-11-2015

Voorzitter,

Het voorliggende schuldhulpverlening beleidsplan is tijdens de recente commissievergadering B&S uitgebreid door onze fractie behandeld. Op basis van cijfers uit de contracten tussen de gemeente en de KBL, het beschreven proces en de financiële onderbouwing, hebben we meerdere vragen en kritische kanttekeningen geplaatst bij dit ontwerpbesluit. Laat ik allereerst opmerken dat het teleurstellend is om te moeten constateren dat op een groot deel van de vragen geen (tijdig) antwoord is gegeven. Hoewel het tijdsbestek altijd krap is tussen een commissievergadering en de daaropvolgende raadsvergadering, is er van tijdsdruk geen sprake aangezien de deadline feitelijk pas halverwege 2016 verloopt. Aangezien de opmerkingen/suggesties van de CDA fractie niet zijn meegenomen in het voorliggende beleidsplan, zal ik kort onze belangrijkste aandachtspunten nogmaals benoemen.

 

  1. Op de eerste plaats mist het CDA enige cijfermatige onderbouwing van het gepresenteerde plan en de daaraan gekoppelde doelstellingen. Hoewel de wethouder van mening is dat dit behoort tot de operationele gegevens die niet relevant zouden zijn voor de gemeenteraad, is de CDA fractie op dit punt het met hem oneens. Het missen van concrete doelstellingen die in meer uitgedrukt zijn dan alleen financiën maakt het lastig om het stuk vooraf op haalbaarheid te toetsen en achteraf het beleid te controleren. Concreet hadden we willen zien om hoeveel personen het per processtap gaat en dit gekoppeld aan de voorgestelde beleidstools. Hoewel we na aandringen van de CDA fractie enig zicht hebben gekregen in de kosten, uren en aantallen over de afgelopen jaren, is er niets bekend over de te verwachten effecten van het voorgestelde beleid.
  2. Vervolgens, voorzitter, mist onze fractie een belangrijk aspect t.a.v. het beschermingsbewind. Het beschermingsbewind blijkt namelijk in meerdere categorieën op te delen afhankelijk van de situatie van de persoon. Zo kan beschermingsbewind ingesteld worden bij mensen die een enorme schuldenpositie hebben opgebouwd maar ook bij mensen die vanwege geestelijke beperkingen niet instaat zijn een eigen financiële huishouding te runnen. Het gebrek van dit onderscheid in het beleid zorgt voor vraagtekens bij de CDA fractie t.a.v. de haalbaarheid van het gestelde financiële doel. Het college wilt namelijk een besparing van 62% realiseren binnen 5 jaar op het totale budget voor beschermingsbewind. De aanpak blijft echter hangen in algemene middelen die onafhankelijk van de doelgroep ingezet lijken te gaan worden of is het college van plan om in zoveel mogelijk casussen de cliënt zelf te laten opdraaien voor de kosten van beschermingsbewind? Ook hier komt wederom de wens naar voren om het beleid concreter te formuleren en te voorzien van de broodnodige onderbouwing
  3. Het laatste hoofdaspect van onze inbreng tijdens de commissie, had betrekking op het proces dat zo dadelijk door de gemeente uitgevoerd zal worden. Een belangrijk onderdeel van het proces dat de gemeente zelf wilt gaan uitvoeren betreft de zogeheten stabilisatiefase. In deze fase dienen een aantal criteria behaald te worden om een verdere voortgang in het proces te laten plaatsvinden. Aan de basis van het behalen van deze criteria bevind zicht het inzicht in de totale schuldenpositie van de cliënt. Een inzicht dat alleen kan worden verkregen middels een toetsing bij het BKR in Tiel waarvoor de gemeente een aparte vergunning nodig heeft. Een vergunning die de gemeente momenteel niet heeft en waarover ook niet gesproken wordt in het beleidsstuk. Het is daarom ook maar de vraag of de

gemeente de stabilisatiefase voldoende adequaat kan volbrengen. Zo niet, dan betekent dit dat in de daarop volgende fase de KBL een deel van het werk opnieuw moet uitvoeren hetgeen de geprognosticeerde besparing snel zal doen verdampen. Daarnaast is onvoldoende duidelijk op welke wijze de gemeente ervoor zorg wilt dragen dat de specifieke kennis op dit gebied, geborgd zal worden/blijven binnen de organisatie.

Voorzitter,

Naast deze punten van zorg is er ook nog sprake van een recent onderzoek dat door de staatsecretaris aan de Tweede Kamer is toegezonden inzake de stand van zaken m.b.t. het beschermingsbewind. Hieruit blijkt dat het merendeel van de onder bewind gestelde personen, een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben vaak als gevold van verstandelijke beperkingen of psychische problemen. Hetgeen ook verklaard dat een groot deel voor rekening van de bijzondere bijstand komt. Daarnaast laat het onderzoek zien dat slechts een beperkt aantal personen (tussen de 7% en 14%) daadwerkelijk kan toegroeien naar een stabiele situatie waarin beschermingsbewind niet noodzakelijk meer blijkt te zijn. 7% tot 14% voorzitter, terwijl het college blijft volhouden dat een percentage van 62% realistisch en haalbaar is.

Voorzitter, ik rond af,

Tijdens de commissievergadering en ook daarna heeft de CDA fractie opmerkingen gemaakt, vragen gesteld en suggesties gedaan met als belangrijkste suggestie aan het college om het stuk terug te nemen en met een betere onderbouwing naar de gemeenteraad te komen. Het college heeft besloten aan geen van onze suggesties gehoor te geven of zekerheid te verschaffen ondanks onze grote zorgen. Dit beleidsplan bezien moet mijn fractie dan ook constateren dat er onvoldoende vertrouwen is in de haalbaarheid en realiteit van dit plan. We zien ons dan ook genoodzaakt om tegen dit beleidsplan te stemmen en het college in een laatste poging op te roepen om het stuk terug te nemen en aan te passen.