Schulden? Maak het licht aan!

De feestdagen, die altijd de voorbode vormen voor een nieuw jaar, liggen alweer enkele weken achter ons. De geboorte van het licht in de duisternis begint langzaam zichtbaar te worden maar blijft vooralsnog beperkt tot het op- en ondergaan van de zon. Meer dan ooit in de recente geschiedenis, heeft de wereld behoefte aan een lichtpunt. Maar zelfs tijdens de geboorte van dit licht lijkt een verblinding op te treden door de lichtpuntjes van de rijkversierde etalages, Coca Cola vrachtwagens en andere reclame uitingen. Een massale bekering tot het materialisme is natuurlijk geen nieuwe ontwikkeling maar juist in deze periode is het contrast zo opvallend.

Dat dit materialisme in de afgelopen decennia zo tierig weelde hangt natuurlijk samen met de sterke welvaartsvooruitgang van na de Tweede Wereldoorlog, een razendsnelle technologische ontwikkeling en de steeds hoger geprezen individualisering van de samenleving. Het toenemende geloof in de techniek en het eigen kunnen is uiteraard niet geheel onopgemerkt voorbij gegaan. De ontkerkelijking die sinds de jaren ‘60 heeft toegeslagen is mede in de hand gewerkt door deze ontwikkelingen. De gewekte illusie echter dat dit nieuwe geloof, dit vertrouwen in het ‘ik’, een diepgaande bevrediging van het innerlijke kon bewerkstelligen, is een misrekening gebleken. Steeds vaker klinken deze geluiden door in het maatschappelijke debat en wordt de zoektocht naar geluk en innerlijk welbehagen ook langs andere wegen gezocht. Desondanks lijkt de belofte die uitgaat van het materialisme, en de verleidende presentatie ervan, hardnekkiger van aard te zijn. Hiervoor hoeft alleen al maar gekeken te worden naar de consumentenbestedingen tijdens de recente feestdagen.

Persoonlijk draag ik hier ook aan bij en ben een actieve maar wel bewuste participant in deze materialistische ‘hoogmis’. Ik zal de eerste steen dan ook niet beroeren. Sterker nog, het behoeft ook helemaal geen zonde te zijn om hierin te participeren. Verschillende effecten van het materialisme kennen positieve effecten en leveren een bijdrage aan de welvaart hier en bij andere volkeren. Het is echter de verleiding van de illusie van geluk die gepaard gaat met deze ‘hoogmis’, die verraderlijk is. Verleidingen die, gedreven door de status creërende functie van goederen, moeilijk het hoofd geboden kunnen worden en waar de een sneller aan ten prooi valt dan de ander. Verleidingen waar sommigen zelfs aan onder dreigen te gaan. Neem het voorbeeld van de tweede, verloren gewaande zoon (Lucas 15: 11-32). Met zijn deel van de erfenis werd op grootse wijze toegegeven aan de verleidingen die zijn pad kruiste totdat ook hij eronderdoor ging en zelfs het verkrijgen van eten een uitdaging werd. Ook in onze huidige tijd zijn er voldoende voorbeelden van mensen die al dan niet als gevolg van lichamelijk of psychisch welbevinden in eenzelfde situatie geraken. In de meest gunstige situatie keren ook zij “terug” en komen zij terecht bij de gemeente.

De gemeente, als hedendaagse equivalent van het Bijbelse thuis, is het aanspreekpunt voor inwoners die te kampen hebben met schulden. Hoewel de groep mensen in Nederland met schulden en zelfs problematische schulden aanzienlijk groter is, weten toch ruim 90.000 mensen de laatste jaren de weg te vinden naar de gemeenten. Vaak met meer problemen dan alleen een grote schuldenlast, kloppen zij aan bij het burgerloket. Reageren we dan zoals de vader die zijn beste jas laat brengen en het vetste kalf laat slachten of reageren we als de eerste zoon boos, verontwaardigd en niet bereid om deel te nemen aan de vreugde om zijn broeders terugkeer? Als gemeente is het vanzelfsprekend niet haalbaar om telkenmale het vetste kalf te laten slachten of de beste mantel te laten brengen op het moment dat een burger zich meldt. Ook de feestvreugde behoeft geen onderdeel te zijn van het onthaal en zou zelfs een averechts signaal uitzenden. Het werkelijke geschenk is het geven van een nieuwe kans. Geen materialistische uiting van vreugde of blijdschap maar een hernieuwde verbinding met deze inwoner die alleen is komen te staan. Tenminste, als deze barmhartigheid onderdeel vormt van de besluitvorming in de lokale politiek.

Voordat de gemeenteraden over enkele maanden van een al dan niet welverdiend zomerreces mogen genieten, dient vooraf nog deze besluitvorming plaats te vinden. Het beleidsplan schuldhulpverlening dient geactualiseerd te worden voor een nieuwe vierjarige periode. Met dit beleidsplan worden de voorwaarden en procedures vastgelegd voor de mensen die niet meer zonder hulp uit de (financiële) problemen kunnen geraken. Want hoewel deze uiting van barmhartigheid een gerechtvaardigde keuze mag zijn, is zij wel aan voorwaarden gebonden om erger te voorkomen en een structurele oplossing te realiseren. De inhoud van deze voorwaarden is, naast deze fundamentele keuze, vooral een verzameling van technische voorwaarden.

Centraal hierin is de rol van de instantie die de schuldenomvang controleert bij de BKR en kan bemiddelen met de verschillende schuldeisers. Aangezien deze rol zowel door een gemeente, een gemeenschappelijke regeling als ook door derden opgepakt kan worden is het belangrijk om als gemeenteraad te controleren of de bevoegde instantie lid is van de NVVK (Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet). Hiermee wordt gewaarborgd dat een traject ook aan alle eisen kan voldoen waardoor de slagingskans aanzienlijk verbeterd. Daarnaast blijft aandacht belangrijk voor het einde van de zware trajecten die eindigen met het onder bewindvoering stellen. Vaak het meest kostbare onderdeel binnen de schuldhulpverlening. Bewindvoering is een namelijk een vrij beroep en hoewel dit de mogelijkheid biedt om ruime keuzes te maken en deze voorziening dichtbij de mensen te organiseren, blijft het borgen van de kwaliteit van de bewindvoerder een enorme uitdaging. Juist deze bewindvoerders kunnen, in het voorkomen van terugval na een traject, een belangrijke rol vervullen, mits zij hiertoe zijn uitgerust. Aan de gemeente de taak om hier zelf beleid voor te formuleren en als prioriteit op te nemen in de voorgestelde aanpak.

Het grootste geschenk dat de gemeente zichzelf echter kan geven is een uitgekiende strategie voor preventie en vroeg signalering. De sleutel ligt hierbij niet zozeer in het optuigen van grote bureaucratische observatie- en controlemechanismen maar in het activeren van de samenleving. Financiële problemen beginnen nooit groot en presenteren zich vaak al vroeg in de lokale gemeenschappen. Het achterblijven van contributiebetalingen bij de verenigingen, overblijfgeld voor school ‘vergeten’, achterblijvende deelname aan activiteiten e.d. zijn signalen die snel opgevangen kunnen worden. Het vormt onderdeel van de transformatie naar een samenleving waarin naar elkaar omkijken weer de standaard wordt. Informeel, en daar waar nodig getraind op signalering en doorverwijzing, kunnen burgers op een goede wijze het omkijken vormgeven. Opgeleide vrijwilligers kunnen tot op zekere hoogte zelf ondersteunend zijn in een vroeg stadium bij kleine problematieken. Hiermee kan een heleboel menselijk leed en grote maatschappelijke kosten worden voorkomen en verbanden in de samenleving worden verstevigd.

Terug naar het feest van Kerstmis. De geboorte van het licht betekent ook de komst van een nieuwe kans. Een nieuwe kans voor ons allen ondanks onze foute keuzes en begane zonden. Laten we in dat licht handelen en voor hen die in de duisternis terecht gekomen zijn, het licht aanmaken.

 

Deze column is in een aangepaste versie gepubliceerd in het februarinummer van Bestuursforum