Vragenuur: Extra middelen Huishoudelijke Hulp

Met de decentralisaties van 1 januari jl. heeft de rijksoverheid niet alleen taken en verantwoordelijkheden overgedragen aan de gemeente. Ook zijn er flinke bezuinigingen doorgevoerd waarbij de bezuiniging op de hulp bij het huishouden, – 40 %, een grote weerslag kennen op zowel het aanbod van deze ondersteuning als ook op de werkgelegenheid. Om de klappen v.w.b. de werkgelegenheid deels te compenseren heeft de overheid de mogelijkheid geboden om voor 2 jaar extra middelen aan te vragen om de gevolgen enigszins te verzachten. Kerkrade heeft deze middelen ook aangevraagd en gekregen en gaat deze de komende 2 jaar inzetten. Met een raadsinformatiebrief van het college van 10 april jl. werd de gemeenteraad hierover geïnformeerd.  Voor de CDA fractie was deze brief reden om enkele aanvullende vragen te stellen m.b.t. de doelmatigheid van de voorgenomen bestedeling. In de brief die vandaag naar het college van B&W is verstuurd wordt verzocht om deze vragen, tijdens het vragenuur in de commissie B&S van 12 mei, te beantwoorden.

De brief leest u hier:

Datum: 8 mei 2015

Betreft: Vragen vragenuur commissie B&S RvO inzake Besteding extra HHT gelden

Aan het College van Burgemeester en Wethouders

Op 10 april jl. heeft het college een raadsinformatiebrief gestuurd aan de gemeenteraad inzake: Uitvoering regeling Huishoudelijke Hulp Toelage (HHT regeling). De HHT regeling, zoals ook in de brief vermeld, is een regeling ter compensatie van het verlies van werkgelegenheid in de hulp bij het huishouden t.g.v. de budgetkortingen die door het huidige kabinet zijn doorgevoerd (minus 40%). De gemeente Kerkrade heeft destijds ook een aanvraag ingediend voor deze regeling en heeft deze ook gehonoreerd gekregen (2015: €963.000; 2016: €1.303.000). Over de besteding van deze gelden in relatie tot de doelstelling van de regeling heeft de CDA fractie de volgende vragen:

  1. De regeling is bedoeld om het verlies van werkgelegenheid op te vangen. Echter de uitvoering door de gemeente is gebaseerd op de doelstellingen:
    1. Schoonmaakondersteuning voor burgers met een beperkt regieverlies.
    2. Schoonmaakondersteuning voor burgers ter ontlasting van mantelzorgers. 
      Kan het college verklaren op welke wijze de doelstellingen van de gemeente bijdragen aan een structurele (nadat de bovengenoemde periode van 2 jaar is verlopen) opvang van het verlies van werkgelegenheid?
  2. Is het college bereid om de ontvangen gelden deels in te zetten voor trajecten, zoals bijvoorbeeld omscholing, die moeten leiden tot het behoud van werkgelegenheid? Zo nee, waarom niet?
  3. Het college vermeldt ook in de brief dat het nog uiterst onzeker is of de regeling ook na 2 jaar nog gecontinueerd gaat worden. Kan het college aangeven welke gevolgen dat heeft voor de werkgelegenheid (hoeveel banen zijn potentieel in gevaar)?
  4. Worden de regelingen, zoals deze nu met de doelstellingen van het de gemeente worden uitgevoerd, ook na 2016 gecontinueerd?
     
  5. Het college vermeldt tevens dat er samen met d’r Sjalter, versnelt centrale voorzieningen worden ingericht waarbij een belangrijke nevendoelstelling de realisatie van werkervaringplekken/participatieplekken in de uitvoering van een was- en strijkservice is. Kan het college aangeven in hoeverre dit zicht verhoudt tot de oorspronkelijke doelstelling om werkgelegenheid te behouden?

    In afwachting van uw reactie, verblijf ik namens de CDA fractie,

    Met hartelijke groet,

    Yannick Lataster,

    CDA-raadslid