Wie zoet is krijgt……niets?

Nu in de laatste weken de mussen van het dak vallen, is het wellicht iets te abrupt om Sint Nicolaas alweer van stal te halen. Toch lijkt de bovenstaande verbastering van een oer-Hollands liedje, de realiteit te zijn in de vele discussies die reeds door verschillende gemeenten zijn gevoerd en recentelijk ook in Kerkrade hebben plaatsgevonden. De discussie over de besteding van de gelden t.b.v. chronisch zieken en gehandicapten. Met de overheveling van deze verantwoordelijkheid in de nieuwe WMO, hebben de gemeenten een grote vrijheid en een aanzienlijk bedrag gekregen en zoals zo vaak resulteert dat in het afstoffen en oppoetsen van paradepaartjes door bestuurders. Zo ook in Kerkrade.

 

De discussie in Kerkrade draaide om de vraag of de besteding van deze gelden wel of niet inkomensafhankelijk gemaakt zou moeten worden? Een reactie vanuit de gedachte dat met alle doorgevoerde kortingen juist de economisch zwakkere burgers een extra steuntje in de rug verdienen. Dat je ‘dubbel pech’ hebt als je zowel geconfronteerd wordt met een chronische ziekte of een handicap en een financieel zorgelijke positie verkeert. Hoewel deze gedachte in eerste instantie sympathiek mag ogen, gaat het mijn inziens voorbij aan een aantal belangrijke aspecten. Allereerst mag de beleidsvrijheid van de gemeente niet voorbijgaan aan de historische invulling van deze ondersteuning en de invulling in het verleden was voor een groot deel niet inkomensafhankelijk. Ten tweede mag heel nobel zijn om deze ‘extra’ gelden aan te wenden om de armoede terug te dringen, maar daarmee wordt voorbij gegaan aan het oorspronkelijke doel: steun aan chronisch zieken en gehandicapten en aan de mogelijkheden die gemeenten zelf in het eigen armoedebeleid kunnen creëren. Hoewel voor deze argumenten voldoende te zeggen valt, zorgt deze eenzijdige focus op de financiële component voor een gemis van een bredere visie op de invulling van deze vorm van solidariteit.

 

Voor CDA Kerkrade stond daarom de vraag centraal: met wie ben ik nu solidair? Een keuze voor een inkomensafhankelijkheid betekent namelijk ook de keuze om voor die burgers, die ondanks hun ziekte of handicap een inkomen vergaren, de deur van de overheid gesloten te houden. Maar is het leveren van een bijdrage, het participeren in de maatschappij niet juist datgene wat we als samenleving moeten nastreven? Moeten we niet juist stimuleren dat mensen zoveel als mogelijk mee doen? Voor onze fractie was het antwoord duidelijk, ja! In daarom in dit geval liever: “lekkers voor iedereen dan een inkomensafhankelijke roe”.

 

Deze column verscheen eerder in Bestuursforum (Augustus)